Robby werd geboren in Suriname en Judith in Rotterdam, maar samen wonen ze al meer dan 20 jaar in ‘onze wijk’ in Arnhem. In hun knusse huiskamer aan de Johan van Arnhemstraat waren we welkom voor een openhartig gesprek met het ondernemende koppel.
Met Open Huis nemen we een kijkje achter de voordeur bij bewoners van de wijk Velperweg en omgeving! Ontdek verhalen van bewoners en laat je inspireren door hun dagelijks leven, favoriete plekken en wat wonen in deze groeiende wijk voor hen betekent. Zo leer je een kleurrijke mengelMOES aan buurtbewoners kennen.
De reden dat de van oorsprong Surinaamse Robby naar Arnhem is gekomen, is een verhaal met emotionele lading. Het was Robby’s eerste vrouw Natasha die hier al woonde. Voor haar verhuisde Robby vanuit Rotterdam naar Arnhem, naar de huidige woning aan de Johan van Arnhemstraat. Samen kregen ze een zoon en het geluk leek hen toe te lachen. Totdat Natasha, slechts een jaar later, onverwacht overleed. Een grote schok en nog altijd een groot gemis voor Robby.
Ondanks moeilijke jaren – niet alleen vanwege de rouw, maar ook door problemen met schoonfamilie die leidden tot in de rechtbank (Robby werd in het gelijk gesteld) – besloot Robby in de woning te blijven waar hij dankzij Natasha was komen te wonen. “Zij woonde hier al, ik ben er bij in gegaan. Alles was gewoon van haar. Ze heeft alles voor mij geregeld en me geholpen om hier in Nederland te kunnen blijven wonen,” vertelt hij. “En ons zoontje was jong, ik wilde het graag hetzelfde houden voor hem.”
Inmiddels zijn er twintig jaren voorbij gegaan en woont Robby alweer een hele tijd samen met zijn vrouw Judith in de woning. Samen kregen ze een zoon en zo werden ze een gezin van vier. Judith vertelt: “In het begin was het moeilijk om hier te wonen. Alles in het huis ademde Natasha. Je wilt niet zomaar dingen veranderen, zeker niet als iemand is overleden.” Op den duur heeft ze de woning toch meer eigen kunnen maken. Inmiddels voelt het al jaren ook als Judith haar thuis. Haar vraag aan de volgende geïnterviewde is dan ook:
‘Wat zou jij willen veranderen aan je huis?’
“We zijn niet echt van het bemoeien met buren”
Voor Judith was het in het begin best raar om buren te hebben omdat ze die nooit eerder heeft gehad. “Mijn ouders waren varende, dus ik was het niet gewend om in een vast huis te wonen. Daarna ging ik naar een internaat. Toen ik hier kwam wonen kwam het dus ook niet in me op om langs de deuren te gaan om mezelf voor te stellen,” lacht ze. “We zijn ook niet zo van het aanbellen en koffiedrinken.” Robby vult aan: “Ik ben niet iemand die gaat buurten. Je kan hier je eigen ding doen en dat is prima. Ik vind het leuk als je hier komt voor koffie of een biertje, maar bij andere mensen hebben wij daar niet zo veel behoefte aan.”
Wel zijn er enkele buurtgenoten waar Robby en Judith goed contact mee hebben. Met buren die hun hondjes uitlaten, staan ze soms een hele tijd voor de deur te kletsen. “Daar maken we gewoon gezellig een babbeltje mee. En toen de kinderen kleiner waren hebben ze veel gespeeld met andere kinderen uit de buurt. Ze zaten hier achter op school, dus als ik boven uit het raam keek kon ik mijn eigen kind zien spelen op het schoolplein. Heel leuk,” aldus Judith.
Gedag zeggen is niet voor iedereen vanzelfsprekend
De vorige geïnterviewde was Jolanda. Haar vraag was: hoe vaak zeg je gedag op straat? “Ik zeg altijd ‘goeiemorgeuuu!’” zegt Judith lachend. “Als je dat zelf enthousiast roept, roepen mensen het ook terug. Er is een enkeling die je voorbij scheurt zonder iets te zeggen, maar als er ook maar iets van contact is zal ik altijd groeten.”
Voor Robby ligt dat helaas anders. Hij merkt dat er soms mensen zijn die bewust op zijn kleur letten. Daardoor voelt hij zich niet altijd vrij om te groeten. Voelt hij zich dan wel thuis hier? “Uiteindelijk ben ik heel blij om hier te wonen. Mijn eerste vrouw heeft mij hier gebracht, er zit zo’n geschiedenis aan. Na alle moeilijke jaren ben ik nog steeds blij dat ik hier woon. Daarbij is het lekker rustig wonen hier, en toch dichtbij het centrum.”
“Een initiatief als MOES is heel goed voor de wijk”
Wie Koningsdag dit jaar heeft gevierd bij MOES, kent Robby en Judith ongetwijfeld vanwege hun heerlijke Surinaamse schaafijs. Met hun zelfgemaakte ijskarretjes staan ze op steeds meer festivals en gelegenheden in de buurt. Hun ijs is populair, en dat merken ze in de aanvragen. Robby heeft zijn werk als bouwvakker zelfs stopgezet om zich volledig op het schaafijs te kunnen richten.
Achter de eerste festivalboeking schuilt een grappig verhaal – van een ongeluk naar geluk, zoals Robby het zelf noemt. “Iemand reed schade aan onze auto en kwam dat netjes melden. Toen zag hij het ijskarretje staan in onze voortuin. Die had ik gebouwd toen het rustig was in de bouw. We kregen een goede band met deze man, die lid bleek te zijn van de organisatie van Hoogte80. Vanuit daar kwamen we op steeds meer plekken te staan.”
Robby en Judith kwamen op Koningsdag bij MOES terecht via overbuurvrouw Els, vrijwilliger bij MOES. “We kwamen er al vaak langs maar wisten toen nog niet wat het was. Het zag er altijd zo gezellig uit met die lampjes, en wilden er sowieso een keer een kopje koffie drinken,” vertelt Judith. “Ik zie MOES als een zeer positieve ontwikkeling voor de wijk. Zo’n sociale plek hadden we ook echt nodig, zodat mensen wat meer betrokken raken bij elkaar. Dat is heel goed voor de wijk.”
Robby vult aan: “Met Koningsdag was het erg leuk om bij MOES te staan. Veel mensen waren benieuwd naar ons ijs. ‘We zien dat ding in de tuin staan, maar wat houdt het in?’ zeiden ze. Vandaar dat ik het fijn vind om bij veel gelegenheden hier in Arnhem te staan, zodat steeds meer mensen kennismaken met ons ijs.” Lachend besluit hij: “Meer boekingen op buurtfeestjes zou dus mooi zijn!”
Dit interview is geschreven door Eline Hoffman, tekstschrijver uit Arnhem. De portretten zijn gemaakt door fotograaf én Plattenburger Maarten Verbaarschot.

