Voor sommige mensen is een wijk gewoon een plek om te wonen. Voor Frans en Jos Damen is dat anders. Zij zíjn Plattenburg. Naar eigen zeggen noemen ze zich zonder twijfel ‘oer-Plattenburgers’. Hun verhaal is onlosmakelijk verbonden met de wijk waar hun familie al meer dan zeventig jaar woont. ‘Die emotionele worteling zit diep’, zegt Frans. ‘Deze plek past ons als een jas.’
Met Open Huis nemen we een kijkje achter de voordeur bij bewoners van de wijk Velperweg en omgeving! Ontdek verhalen van bewoners en laat je inspireren door hun dagelijks leven, favoriete plekken en wat wonen in deze groeiende wijk voor hen betekent. Zo leer je een kleurrijke mengelMOES aan buurtbewoners kennen.
Ik bezoek de broers in de woning van Jos. Een huis dat je vanaf de Velperweg bijna niet ziet liggen. Je zou denken dat je naar verzorgingstehuis Innoforte rijdt, maar ineens sta je bij het ‘honk’ van de familie Damen. Een woonhuis en werkplek onder één dak. De plek waar de familie maar al te graag samenkomt en die het voormalig thuis aan de Plattenburgerweg opvolgt, nadat vader Damen overlijdt.
Want daar groeiden Jos en Frans op (toevallig in het huis van onze MOES-fotograaf Maarten!), met elf kinderen in totaal. Vijf zussen, zes broers. Hun vader kwam in de jaren dertig vanuit de Achterhoek naar Arnhem, omdat er op het platteland niet veel te verdienen viel. Met zijn bouwbedrijf en doe-het-zelfzaak Dazo hielp hij mee aan de wederopbouw van de stad. Later verhuisde het bedrijf naar de Schaapsdrift, waar Jos nu al 53 jaar woont en werkt.
Wonen en werken zijn bij de familie Damen altijd verweven met elkaar geweest. Het aannemersbedrijf dat vader Damen opbouwde, groeide uit tot een begrip in Arnhem. Later kwam daar de handel in circulaire historische bouwmaterialen bij. Ook Jos’ zoon Robert-Jan is heel actief in het familiebedrijf als rechterhand van zijn vader. ‘Als het lukt, willen we onze bedrijven laten voortbestaan en overdragen aan de volgende generatie’, legt Frans uit.
Een gemoedelijk en vrij leven
Als ik de broers vraag naar hun jeugd, vertellen ze honderduit. Over schaatsen op het ijs van de vijver bij Insula Dei. Over kattenkwaad uithalen, vlotten bouwen en over straatvoetbalwedstrijden tussen Klarendal en Plattenburg. Maar ook over de wijkagent die iedereen kende en over de portier van het ENKA-terrein die de jongens geregeld op hun kop gaf als ze weer een stiekem door een hek waren gekropen. ‘Je kon je hier echt uitleven’, vertelt Frans. ‘Het was een vrij leven, gemoedelijk en levendig. Midden in het groen met alle parken om je heen.’
Dat gevoel is er nog steeds, vinden ze. Ook al is de wijk inmiddels veranderd. Frans: ‘Het zit ‘m in de kleine dingen. In hoe mensen met elkaar omgaan. Even een ladder lenen. Een tip voor een goede glazenwasser delen.’ Jos vertelt over hun vader, die tot hoge leeftijd zelfstandig kon blijven wonen aan de Plattenburgerweg dankzij de buurt. ‘Er werd voor hem gekookt (onder andere door Open Huis-geïnterviewde Riek), mensen hielden een oogje in het zeil. Zonder hulp uit de buurt en van zijn kinderen had hij daar nooit zo lang gewoond.’
Leefbaarheid zit niet in regels
Volgens hen is die leefbaarheid niet in regels te vangen. Iets waar ze juist wel tegenaan lopen met de nieuwbouwplannen voor de Schaapsdrift. Verandering is niet verkeerd, maar je moet de wijk wel blijven zien. ‘Het is belangrijk om de mensen die hier wonen te betrekken en niet alleen maar regels en procedures te volgen’, zegt Frans. ‘Leer de mensen in de wijk kennen die hier al zo lang een thuis hebben. We willen graag meedenken.’ Jos voegt daaraan toe: ‘Een groot gedeelte van de wijk moet bijvoorbeeld autoluw worden. Dat is voor de ouderen die hier wonen niet handig. Daarmee valt hun laatste beetje mobiliteit weg.’ Daarmee komen de broers direct tot een vraag voor de volgende bewoner:
‘Wat vind je ervan dat steeds meer plekken in Arnhem, en dus ook hier, autoluw worden?’
De vraag van vorige buurtbewoner Jetse gaat over iets heel anders: waar in Arnhem eet je eigenlijk de beste appeltaart? Het tweetal is er kort over. Jos houdt niet van appeltaart en ook Frans weet het niet. ‘Als wij taart nodig hebben, halen we het bij Teunissen in Velp. Maar ja, dat is niet in Arnhem.’
Of de broers nog iets missen in de wijk? ‘Wat bedoel je? Een standbeeld?’ lacht Frans. ‘We hebben niks nodig hier, laat ons hier maar gewoon ons ding doen. Hier blijven wonen, werken en ondernemen. Het liefst gaan we hier nooit weg.’ Of zoals Jos het mooi samenvat: ‘Ik hoop dat ze me hier ooit uit dragen.’

Dit interview is geschreven door Rianne Romijn, tekstschrijver uit Arnhem. De portretten zijn gemaakt door fotograaf én Plattenburger Maarten Verbaarschot.
